Mijn pensioenregeling

De zorg voor pensioen in de sector recreatie is ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds Recreatie. Het pensioenfonds is opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties en is verplicht voor de hele sector. Hieronder vallen ondernemingen in de verblijfsrecreatie en buitensport, en zweminrichtingen.

Soort pensioenregeling

De pensioenregeling bij dit pensioenfonds is een middelloonregeling. Dit is een regeling waarbij elk dienstjaar een vast percentage van de pensioengrondslag voor dat jaar aan pensioen wordt opgebouwd. Hierdoor is het uiteindelijke ouderdomspensioen een afspiegeling van wat er gemiddeld is verdiend tijdens de deelname aan de pensioenregeling.

Wie neemt deel aan de regeling?

Iedereen van 21 tot 65 jaar die in de sector recreatie werkt, neemt deel aan de pensioenregeling vanaf het moment dat hij of zij in dienst komt. Zodra de werknemer deelnemer is, begint de opbouw van zijn of haar ouderdoms-, partner- en wezenpensioen.

Waaruit bestaat het pensioen?

Het pensioen kan uit de volgende onderdelen bestaan:

  • ouderdomspensioen (vanaf 65 jaar - of eventueel eerder - tot overlijden)
  • partnerpensioen (onder bepaalde voorwaarden, bij overlijden voor de partner)
  • wezenpensioen (bij overlijden, voor de kinderen tot 18 jaar of tot maximaal 27 jaar)

Financiële risico’s

De premie is zo vastgesteld dat deze voldoende is om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen, op basis van de huidige uitgangspunten. Jaarlijks bekijkt het bestuur of de premie nog voldoet. De hoogte van de premie kan dus wijzigen.

Bij gemiddelde tot goede economische omstandigheden bouwt het fonds financiële buffers op. Als de financiële middelen het toelaten, wordt het pensioen jaarlijks verhoogd met een toeslag.

Als de beleggingsresultaten of economische omstandigheden tegenvallen, worden de risico’s gedragen door (oud-)werknemers, pensioengerechtigden, nabestaanden en het pensioenfonds. Het pensioenfonds kan in dit soort gevallen besluiten om de toeslagverlening in een jaar niet of gedeeltelijk toe te kennen. Pas in het uiterste geval worden de al opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen verlaagd. De kans dat dit gebeurt, is overigens klein. Als er gevolgen zijn voor het pensioen, worden de betrokkenen hierover geïnformeerd.

 
print print icon