Wezenpensioen
Als een werknemer overlijdt, hebben zijn of haar kinderen recht op wezenpensioen. Het wezenpensioen gaat in op de eerste dag van de maand van overlijden en loopt door tot het kind 18 jaar wordt. Studerende kinderen hebben tot maximaal hun 27ste recht op wezenpensioen.
Kinderen
Met ‘kinderen’ wordt bedoeld:
- eigen en geadopteerde kinderen van de werknemer
- stief- en pleegkinderen die door de werknemer als eigen kinderen werden opgevoed, vóór zijn of haar overlijden en voordat hij of zij met pensioen ging
Hoogte van het wezenpensioen
Het wezenpensioen bedraagt 14% van het te bereiken ouderdomspensioen. Als er meer dan vijf kinderen zijn die recht hebben op wezenpensioen, wordt het totaal over alle kinderen verdeeld. Als beide ouders overleden zijn, wordt het wezenpensioen verdubbeld. Ieder kind krijgt dan 28% van het ouderdomspensioen. Mogelijk is het ouderdomspensioen voor het 65ste jaar ingegaan. Voor de hoogte van het wezenpensioen kijkt het pensioenfonds naar het ouderdomspensioen als er doorgewerkt zou zijn tot het 65ste jaar.