Binnenkort met pensioen
Vlak voordat een werknemer met pensioen gaat, heeft hij of zij de mogelijkheid om het pensioen dat inmiddels is opgebouwd, aan te passen aan zijn of haar situatie en wensen van dat moment. De werknemer geeft zijn of haar wensen door aan het pensioenfonds via het Klant Contact Center. Dit moet gemeld zijn drie maanden vóór de werknemer met pensioen gaat (wil gaan) om het pensioenfonds de tijd te geven om de juiste pensioenuitkering te berekenen.
Ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen
Op het moment dat de werknemer met pensioen gaat, kan hij of zij ervoor kiezen of hij of zij een partnerpensioen voor zijn of haar partner reserveert. Daarvoor wordt een deel van het ouderdomspensioen gebruikt. Dat heet ‘uitruilen’. Het meeverzekeren van partnerpensioen is niet nodig als de werknemer alleenstaand is of als de partner voldoende eigen inkomen of ouderdomspensioen heeft. De partner moet wel schriftelijk toestemming geven om geen partnerpensioen te reserveren. Bij overlijden van de oud-werknemer keert het pensioenfonds dan namelijk geen partnerpensioen uit aan de partner.
Variëren met de hoogte van de pensioenuitkering
Als de oud-werknemer met pensioen is, krijgt hij of zij maandelijks hetzelfde bedrag aan pensioen. Gaat de werknemer vóór 65 jaar met pensioen? Dan kan de werknemer ervoor kiezen om een hogere pensioenuitkering van het pensioenfonds te ontvangen. Er wordt dan een hoger pensioen uitgekeerd tot de oud-werknemer recht heeft op een AOW-uitkering. Daarna ontvangt hij of zij levenslang een lagere pensioenuitkering. Voorwaarde is dat het lagere pensioen 75% bedraagt van het hogere pensioen. Heeft de werknemer ervoor gekozen om een deel van het ouderdomspensioen uit te ruilen voor een partnerpensioen? Dan heeft dit variëren in hoogte van het ouderdomspensioen geen invloed op de hoogte van het partnerpensioen.