ik ontvang pensioen: Pensioensoorten  

Pensioensoorten

In de jaren dat u werknemer was, hebt u deelgenomen aan de pensioenregeling, waarin u verzekerd was voor verschillende soorten pensioen. De meest voorkomende pensioensoorten zijn: ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen.

Uitleg pensioensoorten

In de loop van uw deelnameperiode kan uw pensioenregeling zijn veranderd en zijn pensioensoorten erbij gekomen, omgezet in andere soorten of vervallen. Hier vindt u een uitleg van alle mogelijke soorten pensioen binnen deze pensioenregeling.

Ouderdomspensioen

Het ouderdomspensioen ontvangt u levenslang. De begindatum kan variëren, maar deze pensioenuitkering eindigt pas bij uw overlijden.

Partnerpensioen

Het partnerpensioen wordt uitgekeerd aan uw eventuele partner als u overlijdt. Dit geldt alleen voor een partner met wie u al gehuwd was of officieel mee samenwoonde voordat u met pensioen ging. Maar uw partner heeft geen recht op een uitkering partnerpensioen als u er eerder voor koos om:

  • het partnerpensioen niet meer te verzekeren na uw pensioen, óf
  • het partnerpensioen volledig om te laten zetten in een hoger ouderdomspensioen   

Bijzonder partnerpensioen

Het bijzonder partnerpensioen wordt uitgekeerd aan uw eventuele ex-partner als u overlijdt. Het maakt niet uit of de relatie voor of na uw pensioen eindigde. Dit geldt alleen voor een partner met wie u al gehuwd was of (in sommige gevallen) officieel mee samenwoonde voordat u met pensioen ging. Maar uw ex-partner heeft geen recht op een uitkering bijzonder partnerpensioen als uw relatie na uw pensioen eindigde én u er eerder voor koos om:

  • het partnerpensioen niet meer te verzekeren na uw pensioen, óf
  • het partnerpensioen volledig om te laten zetten in een hoger ouderdomspensioen      

Wezenpensioen

Het wezenpensioen wordt tijdelijk uitgekeerd bij uw overlijden aan uw kinderen. Het maakt niet uit of het uw eigen of geadopteerde kinderen zijn. Dit geldt ook voor pleegkinderen voor wie u zelf zorgt. De uitkering duurt tot 18 jaar. Studerende kinderen hebben tot maximaal hun 27ste recht op wezenpensioen.

 
print print icon